MOB-versie | Naar grote versie






Werkwoorden

Dit deel van de website besteedt aandacht aan werkwoorden.

 

De spelling van een werkwoord hangt af van de functie die het werkwoord in de zin heeft. Dat moet je dus uitzoeken. Deze website helpt je daarbij, met zo weinig mogelijk vaktermen. Zo praktisch mogelijk.

 

 

STAP 1: maak meervoud van de hoofdpersoon

Als de hoofdpersoon al meervoud is: maak dan enkelvoud.

 

Als het niet lukt: kijk op de pagina over meervoud maken.

Verandert het betreffende probleemwerkwoord mee?

  • Ja, het probleemwoord verandert mee. Dit werkwoord hoort bij de hoofdpersoon. 
    Ga naar stap 2.
     
  • Nee, een ander werkwoord in de zin verandert mee. Het probleemwerkwoord is waarschijnlijk een voltooid deelwoord.
    Ga naar de pagina over voltooid deelwoord.

 

STAP 2: tegenwoordige tijd of verleden tijd?

 

Wat lukt beter: een korte versie van de zin maken met "vandaag" of met "gisteren", zonder het werkwoord te veranderen?

  • Vandaag. Bijvoorbeeld: hij rijdt op een fiets - vandaag rijdt hij op een fiets.
    Ga naar de pagina over tegenwoordige tijd.
     
  • Gisteren. Bijvoorbeeld: hij reed op een fiets - gisteren reed hij op een fiets.
    Ga naar de pagina over verleden tijd.

 






Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Bijbel  Beter Afrikaans  Plus-Taaltest  Beter Bijbel  

Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Noordhoff Uitgevers