27 MEI (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 27-05-2026 zo ingevuld:
Ik ........ gisteren de hele dag in bed.
lacht lagt lag lach
Het woord 'lag' (verleden tijd van 'liggen') eindigt op een g. 'Lach' hoort bij het werkwoord 'lachen' en is tegenwoordige tijd.
Zie ook de pagina onmiddellijk.
De klusser behandelde het hek met ........ verf.
rode rood roden roodde
Bij een de-woord (de verf) schrijf je een e aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord, ook als 'de' is weggelaten: met rode verf.
Zie ook de pagina zwart of zwarte.
De patiënt ........ netjes op de deur.
klopd klop klopt klopdt
Het werkwoord is 'kloppen', de ik-vorm is 'klop'. De ik-vorm + t = klopt.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
Het ........ feest duurde tot middernacht.
gezellig gezelig gezelige gezellige
'Feest' is een het-woord: het feest.
Een bijvoeglijk naamwoord krijgt een e aan het eind als het voor een het-woord staat, behalve wanneer 'het' is weggelaten of vervangen door 'een' of een onbepaald voornaamwoord: een gezellig feest, ieder gezellig feest.
Zie ook de pagina zwart of zwarte.