18 SEP (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 18-09-2026 zo ingevuld:
Het ........ mij aanvankelijk dat er geen mensen woonden.
bevreemdde bevreemde
Het woord 'bevreemdde' is verleden tijd van 'bevreemden'. De ik-vorm (bevreemd) eindigt al op een d. Daar komt in de verleden tijd 'de' bij. Daarom zie je dd in het woord.
Zie ook de pagina verleden tijd.
De bezems staan in de ........ .
sguur schuur sgur schur
Je hoort 'sg' maar je schrijft 'sch'.
Zie ook de pagina luisterwoorden.
(Leestekens.) Ben je wel op tijd terug ........
? (vraagteken) . (punt) ; (puntkomma) : (dubbele punt)
Een vraag eindigt altijd met een vraagteken.
Zie ook de pagina Leestekens.
Peter heeft een ........ fiets gekregen.
duren duur dure duure
Bij een de-woord schrijf je altijd een e aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord (de dure fiets), ook als er 'een' voor staat: een dure fiets. De dubbele u van 'duur' wordt een enkele u.
Zie ook de pagina zwart of zwarte.