21 SEP (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 21-09-2026 zo ingevuld:
Deze plant ........ een keer per jaar met een mooie bloem.
bloeit bloei bloeidt bloedt
Het woord 'bloeit' hoort bij de hoofdpersoon van de zin (deze plant). Het werkwoord 'bloeien' wordt vervoegd zoals 'ik til, hij tilt'. Dus: bloei + t = bloeit.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
Ik ........ gisteren de hele dag in bed.
lag lagt lacht lach
Het woord 'lag' (verleden tijd van 'liggen') eindigt op een g. 'Lach' hoort bij het werkwoord 'lachen' en is tegenwoordige tijd.
Zie ook de pagina onmiddellijk.
Van kalkrijke voeding krijg je stevige ........ .
botten boten booten bootten
Als het enkelvoud een korte klinker (a, e, i, o, u) heeft in de laatste lettergreep met daarachter één medeklinker, komt er in het meervoud vaak een medeklinker bij om de klank van die klinker kort te houden: bot - botten.
Zie ook de pagina grenzen, kansen.
De weg loopt ........ naar het dorp.
reght regt recht
Je hoort 'gt' maar je schrijft 'cht'.
Zie ook de pagina luisterwoorden.