29 APR (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 29-04-2026 zo ingevuld:
De spreker ........ de hoofdpunten aan het eind van zijn betoog.
herhaaldden herhaalden herhaalde herhaaldde
Het woord 'herhaalde' is verleden tijd van 'herhalen'. Omdat de l geen medeklinker in 't kofschip is, krijgt dit werkwoord 'de' achter de ik-vorm (herhaal + de).
Zie ook de pagina verleden tijd.
Ken jij dat verhaal van de ........ en de specht?
meew miw meuw meeuw
Als je bij een Nederlands woord een w aan het eind hoort, schrijf je 'uw'.
Het woord 'interview' is een Engels woord. Daarin staat geen u voor de w.
Zie ook de pagina luisterwoorden.
Als er ijs ligt, ........ heel Nederland.
schaast schaatsd schaatst schaatsdt
Het werkwoord is 'schaatsen', de ik-vorm is 'schaats'. De ik-vorm + t = schaatst.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
Ik ........ niet dansen.
ken kan
Kennen is weten, kunnen is doen.
kunnen: ik kan, jij kunt (of kan), hij kan, wij kunnen
Zie ook de pagina kennen, kunnen.