29 JUN (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 29-06-2026 zo ingevuld:
We vertrouwen de verkoper die goede kwaliteit ........ .
garandeert garandeerd
Het woord 'garandeert' hoort bij de hoofdpersoon van het tweede deel van de zin (die). Het hele werkwoord is 'garanderen'. De ik-vorm + t, dus garandeer + t = garandeert.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
Mijn moeder ........ vijf minuten geleden dat we gingen eten.
roepde roepte riept riep
De klinker van 'roepen' verandert in de verleden tijd: 'roept' wordt 'riep'.
Zie ook de pagina sterke werkwoorden.
Die kat is bang voor ........ .
hondden honden honderen honder
Bij veel zelfstandige naamwoorden maak je het meervoud door er 'en' achter te zetten: hond + en = honden.
Zie ook de pagina grenzen, kansen.
Vergeet niet je ........ mee te nemen.
huissleutel huisleutel
Het woord 'huissleutel' bestaat uit 'huis + sleutel' en heeft daarom ss in het midden.
Zie ook de pagina tandpasta, zakdoek.