29 APR (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 29-04-2026 zo ingevuld:
Hij ........ uit zijn vinger.
bloeit bloedt bloed
Het woord 'bloedt' hoort bij de hoofdpersoon van de zin (hij). Het hele werkwoord is 'bloeden', de ik-vorm is 'bloed'. Net als bij 'hij loopt' wordt hier een t achter de ik-vorm gezet, waardoor dit woord eindigt op dt.
Zie ook de pagina d of dt.
De presentatrice heeft een grote verzameling fleurige ........ .
bloesen bloezen blouzen blousen
Als het enkelvoud eindigt op 'eis, ijs, eus, ies, oes' wordt de s vaak een z in het meervoud (bloes - bloezen). In plaats van bloes mag je ook het Franse woord 'blouse' schrijven. Daarvan is het meervoud 'blouses'.
Zie ook de pagina grenzen, kansen.
(Leestekens.) Hij reed verkeerd ........ hoewel er duidelijke borden stonden.
, (komma) : (dubbele punt) . (punt) ; (puntkomma)
Voor het voegwoord 'hoewel' schrijf je een komma.
Zie ook de pagina komma.
Wij zijn ........ voor u aan het werk.
continu continue
Het woord 'continu' wordt vaak verkeerd gespeld. De e aan het eind is alleen juist als je die ook hoort, zoals in 'een continue pieptoon'.
Zie ook de pagina alcohol en karamel.