18 FEB (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 18-02-2026 zo ingevuld:
In 2010 ........ de omzet met tien procent.
daalden daalde daald daaldde
Het werkwoord is 'dalen', de ik-vorm is 'daal'. De verleden tijd is ik-vorm + de = daalde.
Zie ook de pagina verleden tijd.
De vertrekdatum is 14 mei, de ........ 2 juni.
aankomstdatum aankomsdatum
Het woord 'aankomstdatum' bestaat uit 'aankomst + datum'.
Zie ook de pagina tandpasta, zakdoek.
Het paard ........ door het bos.
galoppeert galoppeerd galloppeert galloppeerd
Het woord 'galoppeert' hoort bij de hoofdpersoon van de zin (het paard). Het woord wordt vervoegd zoals 'ik til, hij tilt'. Aan het eind staat dus een t. Net als 'galop' heeft dit woord maar één l.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
Zij is zo ........ als een den.
slang slank slan slangk
Als je goed luistert, klinkt het misschien als 'slangk'. Je schrijft dan niet 'ngk' aan het eind van het woord, maar 'nk'.
Zie ook de pagina luisterwoorden.