16 FEB (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 16-02-2026 zo ingevuld:
Deze plant ........ een keer per jaar met een mooie bloem.
bloei bloeidt bloeit bloedt
Het woord 'bloeit' hoort bij de hoofdpersoon van de zin (deze plant). Het werkwoord 'bloeien' wordt vervoegd zoals 'ik til, hij tilt'. Dus: bloei + t = bloeit.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
De sprookjesheks ........ een huisje in het bos.
bewoonde bewoondde
Het woord 'bewoonde' is verleden tijd van 'bewonen'. Omdat de n geen medeklinker in 't kofschip is, krijgt dit werkwoord 'de' achter de ik-vorm (bewoon + de).
Zie ook de pagina verleden tijd.
Hij schreef alles langzaam op en zette toen twee ........ achter de zin.
puntten punten
Bij veel zelfstandige naamwoorden maak je het meervoud door er 'en' achter te zetten: punt + en = punten.
Zie ook de pagina grenzen, kansen.
Mark wil later bijzonder ........ gaan doen.
werk werruk werrek
Je hoort misschien een u tussen de letters r en k, maar die schrijf je niet.
Zie ook de pagina luisterwoorden.