in samenwerking met 
Noordhoff 156978 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Stijl | irriteren en beseffen

Deze pagina gaat over vaak gemaakte fouten met de woorden 'irriteren' en 'beseffen'.

 

Irriteren, ergeren, zich ergeren

Iets of iemand kan jou irriteren of ergeren. Jij ergert je daar dan aan.

  • Taalfouten ergeren mij.
  • Taalfouten irriteren mij.
  • Ik erger mij aan taalfouten.
  • Fout: ik irriteer me aan taalfouten. ('me irriteren aan' is een contaminatie)
     
  • Scheve schilderijen ergeren jou.
  • Scheve schilderijen irriteren jou.
  • Jij ergert je aan scheve schilderijen.
  • Fout: jij irriteert je aan scheve schilderijen. ('je irriteren aan' is een contaminatie)
     
  • Bouwlawaai ergert hem.
  • Bouwlawaai irriteert hem.
  • Hij ergert zich aan bouwlawaai.
  • Fout: hij irriteert zich aan bouwlawaai. ('zich irriteren aan' is een contaminatie)

In plaats van '(zich) ergeren (aan)' kun je ook '(zich) storen (aan)' gebruiken.

 

De foute combinatie 'zich irriteren aan' kom je overal tegen, bijvoorbeeld in een bericht op telegraaf.nl: 

Een klusjesman in China die zich irriteerde aan rondspelende kinderen en voor de grap een spijkerpistool op hen richtte, heeft een 7-jarig meisje een spijker in haar hoofd geschoten.

(Dit is dus fout - met dank aan Ikbenmarieke.)
 

 

Beseffen, zich realiseren

Je beseft iets of je realiseert je iets.

  • Ik realiseer me dat ik ouder word.
  • Ik besef dat ik ouder word.
  • Fout: ik besef me dat ik ouder word.
     
  • Realiseer jij je wel wat dit kost?
  • Besef jij wel wat dit kost?
  • Fout: besef jij je wel wat dit kost?
     
  • Opeens realiseert hij zich dat het al zes uur is.
  • Opeens beseft hij dat het al zes uur is.
  • Fout: opeens beseft hij zich dat het al zes uur is. 

  

Vaktermen

Hoewel deze website alles graag uitlegt met zo weinig mogelijk vaktermen, noemen we voor de fijnproevers soms even een begrip van de schoolmethode.

 

WEDERKEREND WERKWOORD = een werkwoord dat samen met 'zich', 'me(zelf)' of 'je(zelf)' gebruikt wordt. Je zou kunnen zeggen: het werkwoord keert terug naar de hoofdpersoon. Onderaan deze pagina staan een paar voorbeelden.

 

WEDERKEREND VOORNAAMWOORD = het woord 'zich', 'me' of 'je' dat gebruikt wordt in combinatie met een wederkerend werkwoord. In de voorbeelden hieronder is het wederkerend voornaamwoord vetgedrukt.

  • Zich bemoeien: jij bemoeit je overal mee.
  • Zich beroepen: Hans beroept zich op de regels uit de cao.
  • Zich gedragen: Marja gedraagt zich als een klein kind.
  • Zich ontfermen: ik heb me over de huisdieren ontfermd.
  • Zich schamen: je moet je schamen!
  • Zich uitsloven: wat loopt Theo zich weer uit te sloven.

Er zijn werkwoorden die soms wel en soms niet wederkerend gebruikt worden. Bijvoorbeeld:

  • Aanbieden
    - Niet wederkerend: de buurman biedt aan om te helpen.
    - Wederkerend: die handige jongen biedt zich aan voor allerlei klusjes.
     
  • Wassen
    - Niet wederkerend: hij wast de auto.
    - Wederkerend: hij wast zich bijna nooit.
     
  • Aankleden
    - Niet wederkerend: de verpleegster kleedt de patiënt aan.
    - Wederkerend: de patiënt kleedt zich aan.
     
  • Presenteren
    - Niet wederkerend: de professor presenteert zijn uitvinding.
    - Wederkerend: hij presenteert zich goed.
     
  • Verenigen
    - Niet wederkerend: de bemiddelaar verenigt beide partijen met elkaar.
    - Wederkerend: de werknemers verenigen zich in een vakbond.
     
  • Wegcijferen
    - Niet wederkerend: de directie kan de opgelopen schade niet wegcijferen.
    - Wederkerend: de hulpvaardige man cijfert zichzelf helemaal weg.





Noordhoff Uitgevers


  

Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Bijbel  Beter Afrikaans  Plus-Taaltest  Beter Bijbel  

© 2010 - Beter Spellen is een initiatief van

 Martin van Toll Producties